vorm- en kleurkwaliteiten in de kunst
een fenomenologisch onderzoek naar het gebruik van vorm en kleur
Constantin Brancusi
 
 
 
 
              Constantin Brancusi
 
 
Brancusi is een van de eerste beeldhouwers geweest, die abstrakt ging werken. In ons onderzoek naar het vorm- en kleurgebruik in de beeldende kunst is het werk van Brancusi interessant om het te bekijken op zijn heel eigen 'vormkrachten'. Het onderzoek richt zich op de 'vormkrachten' tijdens de prenatale ontwikkeling, welke 'vormkrachten' in verband blijken te staan met 'planeetwerkingen'.
 
We zullen het onderwerp uitwerken in
 - een korte biografische schets,
 - een impressie van het atelier en de persoon Brancusi, door Willem Sandberg, directeur van het Stedelijk,
 - een impressie van de werkwijze van Brancusi, door mademoiselle Margit Pogany,
 - de 'vormkrachten', terug te vinden in makrokosmische elementen, als planeetinvloeden.
 - dit alles geïllustreerd met een aantal voorbeelden van zijn kunst.
 
 
Constantin Brancusi
 
Brancusi werd geboren als boerenzoon op 19 februari 1876 in Hobita Gorj in de buurt van Tirgu Jiu (Karpaten, Roemenië). Hij had een moeilijke jeugd. Zijn vader stierf toen hij nog maar negen jaar oud was. Het gezin kon de schoolkosten niet meer betalen.
In 1887 op 11-jarige leeftijd verliet Brancusi het ouderlijk huis en ging rondzwerven. Hij deed allerlei werk. In 1892 ging hij naar Craiova en werkte hij daar enige tijd in een herberg. In 1894 ging Brancusi werken bij een tonnenmaker. Hier leerde hij houtbewerken. 
 
 
Eerste scholing
 
In 1894, op 18-jarige leeftijd, ging Brancusi naar de School voor Kunst en Beroepen in Craiova. Hij leerde er houtbewerken en maakte er zijn eerste houtsculpturen. Zijn talent en artistieke kwaliteiten werden opgemerkt. In 1898 maakte hij deze opleiding af.
In datzelfde jaar kreeg hij een studiebeurs voor de School voor Schone Kunsten in Boekarest. Hij studeerde er beeldhouwkunst. Hier ontstonden zijn eerste beeldhouwwerken.
Tijdens deze leertijd in Boekarest ondernam hij een reis naar Wenen.
 
 
 
 
 
Constantin Brancusi, foto uit 1904
 
Parijs
 
In 1903 besloot Brancusi om naar Parijs te vertrekken. Hij zag voor zichzelf geen toekomst in Roemenië. Hij deed er een jaar over om in 1904 in Parijs aan te komen. Onderweg werkte hij voor zijn levensonderhoud, en reisde hij meestal te voet verder.
In Parijs werd hij leerling aan de École des Beaux Arts, in het beeldhouwatelier van Antonin Mercié.
In 1907 leerde hij Rodin kennen. Rodin was onder de indruk van de gipsen en bronzen beelden die Brancusi maakte. Rodin vroeg hem om zijn assistent te worden.
Al na één maand ging Brancusi al weer weg bij Rodin, met de woorden:
 
   "Rien ne pousse à l'ombre d'un grand arbre."
 
   ( Er groeit niets in de schaduw van een grote boom)
 
Brancusi maakte vanaf dat ogenblik zijn eigen karakteristieke werk.
In 1909 ontmoette hij Amadeo Modigliani, die onder zijn invloed begon met beeldhouwen.
 
 
Abstraktie
 
In 1912 ging Brancusi met Fernand Léger en Marcel Duchamp naar de Verenigde Staten. Het Amerikaanse publiek staat niet open voor de verregaande abstrakties van zijn werk.
In 1913 ontstond zijn eerste "Les colonnes sans fin".
 
"In de kunst is eenvoud geen doel, maar men komt door het benaderen van de ware betekenis van de dingen, ondanks zichzelf, tot eenvoud."
 
Deze uitspraak typeert duidelijk de stijl waarin Brancusi zijn leven lang zal blijven werken.
 
Brancusi gebruikte de karakteristieke vormen van de Roemeense boerencultuur, de in geometrische vormen uitgevoerde zuilen en deurposten, de schroeven en balken van wijnpersen en gegroefde molenstenen. Hij verfijnde steeds opnieuw dezelfde vormen, in een streven de volmaaktheid te bereiken. In tegenstelling tot de op dat moment gangbare gewoonte om werklieden in dienst te nemen voor het uitvoeren van het werk, ging Brancusi vanaf 1910 zelf met het materiaal aan de gang.
 
 
 
 
 
 
 
Het atelier van Brancusi
 
In 1938 bezocht Willem Sandberg, als directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam, Brancusi in zijn atelier in Parijs. Sandberg doet daar verslag van in het boek van Ank Leeuw-Marcar: 'Willem Sandberg, portret van een kunstenaar'. Sandberg beschrijft zijn bezoek aan Brancusi:
 
"Brancusi woonde in een barak aan de Impasse Ronsin, een doodlopend straatje, waar meerdere kunstenaarsateliers waren. Het was een grote ruimte, een groot atelier, waarin hij sliep, kookte en alles deed. Het was een ruimte, die wat de Fransen noemen 'absolument dépouillé', volkomen kaal was, heel erg ascetisch, zou ik haast zeggen, zonder enig comfort."
"Brancusi was een man, die nooit aan de weg timmerde, maar absoluut teruggetrokken, net als een kluizenaar, zijn gang ging en volmaakt aan zichzelf genoeg had."
"In dat grote ruime, wit gekalkte atelier, stonden zijn beeldhouwwerken op sokkels. Elk beeldhouwwerk was in een lap gewikkeld, zodat je als je binnenkwam, niets zag. Later had hij een katrol aan de zolder en dan kon hij met een touw die lap optrekken. Maar in '38 was dat nog niet zo georganiseerd."
"Als hij vertrouwen in je had, begon hij zijn beldhouwwerken uit te pakken en dan ging hij er zelf bij staan. Hij moest ze eerst helemaal schoonmaken en oppoetsen voordat je ze mocht zien."
"Kort en goed, als al de beelden uitgekleed waren, ging hij in zijn keukentje koffie maken. Hij maakte een hele sterke, verduveld lekkere kofie. Dan ging je zitten en gewoon over heel eenvoudige dingen spreken."
"Ik weet niet of hij in 1938 al ooit in een museum tentoongesteld had. Misschien in Amerika, maar zeker niet in Europa. Dus hij was gebrand op die tentoonstelling. Daarom kwam hij ook de beelden zelf brengen. Hij was zo zuinig op zijn beeldhouwwerk, dat hij het zelf wou brengen en oppoetsen, maar hij was direct vol vertrouwen. Dat vertrouwen heb ik altijd behouden en als ik later bij hem langs kwam, was hij altijd heel plezierig en kwam zelfs meteen de koffie op tafel, voordat de beelden allemaal uitgekleed waren. Er ging een atmosfeer van deze man en van zijn werk uit, die je nooit meer vergeet."
 
Sandberg over de werkwijze van Brancusi:
 
"Ik weet niet hoeveel dingen hij gemaakt heeft, het zullen er zeker minder zijn dan 150 en dat is voor een lang leven niet zo veel."
"Ik had niet het gevoel, dat Brancusi een ijverig man was. Hij was niet iemand die van de vroege ochtend tot de late avond moest staan te werken. Ik denk dat hij in de tussentijd op een stoel ging zitten, het bekeek, erover filosofeerde en dan weer verder ging. Die indruk maakte het. Ik ben er nooit bij geweest als hij werkte, maar ik geloof dat hij heel langzaam werkte, van alle kanten de zaak beoordeelde en misschien de volgende dag dat wat hij de vorige dag gemaakt had, grondig veranderde of in de vuilnisbak smeet. Hij was ontzettend kritisch over zijn eigen werk, wat heel weinig kunstenaars zijn, maar daardoor heeft hij eigenlijk die verinnerlijking weten te weeg te brengen."
"Hij was een persoon, die helemaal in zijn hoofd bouwde totdat het hem voor ogen stond. Daarna maakte hij het als een echte 'artisan', een handwerksman."
 
 
 
 
     
Brancusi, Danaïde, marmer, 1910                portretfoto van Margit Pogany
 
 
Mademoiselle Margit Pogany
 
Margit Pogany was in 1910 in Parijs, waar zij zich bekwaamde in de schilderkunst. Zij woonde tijdelijk in een pension, waar Brancusi zijn maaltijden gebruikte. Brancusi nodigde haar een keer uit om naar zijn nieuwe werk te komen kijken.
In juli 1910 ging zij samen met een vriendin naar het atelier van Brancusi. Tussen alle werken in stond een wit marmeren portret, "Danaïde", dat Brancusi vanuit zijn herinnering van haar had gemaakt. Margit Pogany herkende zichzelf daarin, tot grote voldoening van Brancusi.
Margit Pogany: "Het was een en al ogen".
In de daaropvolgende tijd, in december 1910 en januar 1911, poseerde Margit Pogany verschillende malen voor Brancusi.
"Elke keer begon hij een nieuwe portretstudie. Alle portretstudies waren mooi en vertoonden een goede gelijkenis. Maar geen enkele werd bewaard, ze verdwenen allemaal in de kleikist in de hoek van zijn atelier. Op één van deze poseerdagen maakte Brancusi ook een studie van mijn handen."
Margit Pogany ging weg uit Parijs in januari 1911. Brancusi werkte het portret daarna verder uit, eerst in marmer, later ook in brons.
 
 
 
 
 
In de herfst van 1913 schreef Brancusi aan Margit Pogany, om te vertellen dat het portret klaar was, in marmer én in brons. Ze mocht zelf kiezen welke ze zou willen hebben. Margit Pogany liet de keus over aan Brancusi zelf. Zo kwam zij in het bezit van de bronzen "Mlle Pogany".

Later, in 1919, maakte Brancusi nog een tweede portret "Mlle Pogany II", in marmer en 3 in brons.
Nog weer later, in 1931 en 1933, ontstond "Mlle Pogany III", in marmer en 2 in brons.


Literatuur:

"Brancusi, A Study of the Sculpture"     by Sidney Geist, Grossman Publishers New York 1968
"Willem Sandberg, portret van een kunstenaar"    Ank Leeuw-Marcar, uitgever Meulenhoff, Amsterdam, 1981
 
 
 
 
 
 
 
Makrokosmische bijzonderheden
 
Prenatale ontwikkeling en progressie
 
We laten een overzicht zien van de prenatale ontwikkeling van Brancusi (links) beginnend op 22 mei 1875, de progressieve aspekten (midden), en de transits (rechts) en belangrijkste biografische momenten.
 
De prenatale ontwikkeling bestaat uit 10 zgn. "Maan"maanden, die in relatie kunnen worden gebracht met de daaropvolgende levensloop. Rechts staan de leeftijden en jaartallen aangegeven.
 
In de progressieve aspekten staat elke dag na de geboorte voor 1 jaar.
 
(...... De geboortedatum van Brancusi wordt op Wikipedia steeds als 19 februari 1876 opgegeven. Er is echter een Franse astrologische site (Astrotheme) dat melding maakt van 2 maart 1876. Het datumverschil ontstaat door het verschil in het gebruik van Juliaanse en Gregoriaanse kalenders. Voor onze studie is de datum 19 februari het meest treffend, vanwege de betekenis van de progressie van Saturnus over de geboorte-Zon. Met een geboortedatum van 2 maart valt dat aspekt eigenlijk helemaal weg. In de uitleg hieronder wordt dat duidelijk.
Nu blijkt verder dat "in de zogenaamde "nieuwe stijl" kerken (Constantinopel, het huidige Istanboel, Alexandrië, Antiochië, Griekenland, Cyprus, Roemenië en Bulgarije) de Gregoriaanse kalender werd en wordt gebruikt. Dat maakt dat de geboortedatum van Brancusi toch echt 19 februari 1876 is.....)
 
 
 
 
In deze opsomming van planeetaspekten zijn er een paar van veelzeggende betekenis. We bespreken achtereenvolgens:
 
 - de progressieve Saturnus
 - Uranus aspekten in het begin van de prenatale ontwikkeling
 - Jupiter aspekten in de prenatale ontwikkeling
 - de Zonsverduisteringen
 - Venus en Mars
 
 
Progressieve Saturnus over zijn geboorte-Zon
 
In ons onderzoek zijn we dit aspekt vele malen tegengekomen. Een uitgaande Saturnus/Zon maakt dat Saturnus in zijn progressies over de Zon gaat lopen.
Omdat de geboortetijd ontbreekt is het niet mogelijk om de progressieve conjunctie van Saturnus over de geboorte-Zon exakt vast te stellen. In ieder geval tussen 27 februari 1876 en 6 maart 1876, welke tijd overeenkomt met de jaren 1884 tot 1892, toen Brancusi 8 tot 16 jaar oud was.
Op die leeftijd zien we in de biografie van Brancusi heel veel moeilijke omstandigheden: zijn vader stierf, hij kon zijn school niet afmaken, en hij ging zwerven, kreeg allerlei werk te doen. In 1894 keerden de kansen, toen zijn talent ontdekt werd, en hij kon gaan studeren aan de kunstacademie.
Dit geboorte-aspekt Saturnus/Zon zal het hele leven lang zijn betekenis doen gelden
 
...................wordt op dit moment uitgewerkt .........................
 
 
Uranus-aspekten
 
..............................
 
Jupiter-aspekten
 
..................
 
Jupiter-aspekten komen vaak voor bij beeldhouwers. het geeft goede plastische kwaliteiten aan de kunstwerken.
 
Zonsverduisteringen
 
.................................
 
Venus en Mars
 
........................
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
                Beeldhouwwerken van Brancusi
 
 
               ............ wordt nog meer bijgeplaatst  ..........
 
 
 
         
            Brancusi                             La Muse endormie                                1910
 
 
            
           Brancusi,  Mademoiselle Pogany, marmer, verschillende aanzichten,  1912
 
 
                           
                                Brancusi    Mademoiselle Pogany, brons    1912
 
 
 
         
          Brancusi                                        Maiastra                                             1912
 
 
                       
                        Brancusi                            Danaïde                             1918
 
 
       
       Brancusi                          L'oiseau dans l'espace, brons                                 1932
 
 
                                                  Atelier van Brancusi in 1943




Reacties

Commentaar
Jouw naam/bijnaam
Website url
E-mail
Je Punt profiel
Hou mij op de hoogte
Ik wil op de hoogte gehouden worden
Dit is een verplicht veld
Lijst met albums
Beeldhouwers

Stijlen, vormen en materialen

Schilders

Stijlen, vormen en kleuren, materialen

Categorieën
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl